Hier komen regelmatig nieuwtjes en interessante weetjes te staan. Kom geregeld eens kijken !
De bedoeling is om hier interessante informatie te plaatsen : hoe men zijn antieke meubelen het beste onderhoud, welke kenmerken in meubels en decoratie overeenkomen met welke stijlperiode, in welke tijdsperiode men een bepaalde stijl kan plaatsen, streekmeubels (rustiek) en hun geschiedenis en kenmerken, de achtergrondinformatie van antieke voorwerpen en kasten(veelal de Franse geschiedenis), interessante gebruiksvoorwerpen,....
Restauratie en onderhoud, de hedendaagse landelijke stijl, ook wel landelijk-chic genoemd,...
Kortom, alles wat de antiekliefhebber kan interesseren. U mag ons zelf ook onderwerpen doorspelen (mail ons).
Af en toe wat nostalgische heemkundige verhalen kunnen ook.
Eddy en Myriam
Van den Bergh - Hofkens,
gediplomeerde antiekhandelaars en -restaurateurs.
april 2013
Oost Vlaams bedrijf pakt in het Waasland uit met exclusief concept.
Antiek en Interieur Den Ouden Overzet is fier op de nieuwe samenwerking met Van Landschoot slaapcomfort, een Belgische onderneming met allure. Van Landschoot brengt een volledig nieuwe en exclusieve bedden- en matrassencollectie “Henson” voor de slaapkamer op de markt en de gekende interieurzaak uit het Waasland presenteert graag dit Belgische topproduct in onze streek.
Een goede nachtrust is onontbeerlijk of zoals de firma Van Landschoot het zegt “One good night can be life changing”. Deze firma uit Maldegem staat reeds sinds 1925 garant voor slaapcomfort. Naast het vertrouwde Van Landschoot gamma, pakken zij nu uit met een exclusief en luxueus concept “Henson Design”. Zij zochten hiervoor een betrouwbare verdeler in het Waasland en kwamen op hun zoektocht terecht bij Antiek en Interieur Den Ouden Overzet.
Het assortiment van de zaak werd eveneens aangepast. Niet alleen word er nu antiek verkocht, maar ook het hedendaagse landelijke komt aan bod : nieuwe, massieve kasten en tafels op maat, salons van Leda (eveneens een Belgisch merk !), Loom stoelen van een Nederlandse producent en dan nu een aanbod van boxspring bedden en matrassen van Van Landschoot en zijn paradepaardje “Henson Design”. Op deze manier hopen de zaakvoerders een totaalpakket van hedendaags comfortabel en gezellig interieur te kunnen aanbieden. En dit met garantie van korte leveringstermijnen.
De samenwerking tussen fabrikant en verkopers ging niet over één nacht ijs: het is immers niet vanzelfsprekend om je product van kwalitatief slaapcomfort aan de klanten aan te bieden via een antiek en interieurzaak. Maar de eigenzinnige en originele aanpak sprak beide partijen aan. Temeer omdat Antiek en Interieur Den Ouden Overzet staat voor kwaliteit en vakkennis. De zaakvoerders werden dan ook opgeleid om de slaapproducten grondig te leren kennen en aldus hun klanten correct te kunnen informeren. Volgens Van Landschoot is prijs één gegeven, maar moet daar altijd kwaliteit tegenover staan, en doordat zij alles zelf produceren hebben zij een perfecte controle over zowel de kwaliteit als de prijs. No-nonsense en geen overbodige marketingkosten, zodat de consument deze extra kosten niet hoeft te betalen. Dat resulteert in scherpe prijzen.
De slaapkamer is de plek bij uitstek om na een drukke werkdag tot rust te komen, de meest intieme en private kamer in een woning. Bij het inrichten is het dan ook belangrijk om een ontwerp te maken dat gezelligheid en warmte uitstraalt, maar ook en bovenal comfort aanbied. Een modern, luxueus bed kan uitstekend gecombineerd worden met een romantische kast in massief hout. De combinatie van traditionele meubelen en landelijke sferen met modern slaapcomfort doet je wegdromen. De klant moet vooral zorgen dat kleuren op elkaar afgestemd zijn, durf oude kasten en meubelen eventueel een likje verf te geven. Verder is het uiteraard noodzakelijk te kiezen voor de juiste matras. Iedereen is anders en dus slaapt ook iedereen anders. Maar uiteindelijk wil iedereen hetzelfde : een goede nachtrust. Door de jarenlange ervaring als fabrikant van bedden en matrassen weet Van Landschoot als geen ander alles over de technische en medische kant van matrassen. Zij leren de zaakvoerders van Antiek en Interieur Den Ouden Overzet gerichte vragen te stellen zodat zij erachter komen wat u wenst en wat uw lichaam nodig heeft en u het juiste advies kunnen geven bij de inrichting van uw droomslaapkamer.
Zowel Antiek en Interieur Den Ouden Overzet als Van Landschoot zijn ondernemers die steeds in beweging zijn. Den Ouden Overzet startte ongeveer 30 jaar geleden met de verkoop van exclusieve antieke meubelen in Burcht, op de Kaai aan de Schelde, wat de naam van de zaak verklaard. De zaak verhuisde naar een groter pand in Zwijndrecht en toen ook dat uit zijn voegen barstte verhuisde de zaak naar de verrassend grote vestiging in Melsele. De winkel is immers véél groter dan men op het eerste zicht zou vermoeden, een groot deel van de zaak loopt door achter de woningen van de Grote Baan en strekt zich uit tot in de IJzerstraat.
maart 2012
De Gilden : beroepsverenigingen avant la lettre....
Je kennis delen, leren van je collega's, samen ideeën uitwerken, nieuwe dingen ontdekken, dat kan allemaal in een beroepsvereniging. Denkt u dat de beroepsverenigingen iets uit onze moderne tijden zijn ? Dat is fout gedacht, denk maar aan de geschiedenislessen op school.... daar sprak de leerkracht over de Middeleeuwse gilden. Deze gilden zijn de voorlopers van de hedendaagse beroepsverenigingen en daar gaan we in dit hoofdstuk even verder op in.
Zelfs bij de Romeinen kende men al een soort gilde, de zgn "collegia", waar mensen met een welbepaald beroep zich vrijwillig konden aansluiten. Dit waren echter volledig vrijwillige groepen en men voorzag geen speciale regels of beperkingen voor de aangeslotenen. Ook werd onderlinge concurrentie niet gereguleerd.
Met de verdeling van het werk, werden vanaf de 13e eeuw in onze contreien de Gilden opgericht. Deze gilden die voor ieder denkbaar beroep in het leven werden geroepen hadden strikte regels. Kinderen, horigen en Joden mochten niet toetreden tot deze verenigingen. Dit is ook de reden dat Joden zich veelal bezighielden met eenvoudiger beroepen en met de geldhandel, daar de middenstand voor hen uitgesloten was. Vrouwen oefenden geen ambachten uit, dus konden zich uiteraard ook niet aansluiten.
De Gilden reguleerden de onderlinge samenwerking en overeenkomsten van de ambachtslui. Zij beslisten of productiekosten stegen of daalden en ieder lid had zich daar aan te houden om geen valse concurrentie toe te laten. Ook over de kwaliteit van het werk werd streng geoordeeld. Werd er minderwaardig werk afgeleverd dan werd de eer van de ganse beroepsgilde aangetast. Een lange leertijd, het juiste uitvoeren van de technische details, het gebruiken van de juiste materialen, het realiseren van een meesterwerk, een proef afleggen voor de technische capaciteiten.... en het betalen van een behoorlijke som geld voor de aanvaarding in de gilden waren zeker vereisten. Jongens werden op zeer jonge leeftijd in dienst genomen bij een gildenmeester. Na verloop van tijd, wanneer de gildenmeester vond dat de jongen voldoende capaciteiten had en geschikt werd geacht voor het beroep werd hij benoemd tot gezel. De gezel werkte in loondienst voor de meester. Een meesterproef werd afgelegd na een lange leerperiode (soms tot 9 jaar) en wanneer de gezel slaagde in deze proef mocht hij zichzelf meester noemen. Hij kon dan een eigen ambachtelijk atelier oprichten. Indien een meester een opvolger moest aanstellen werd gemakkelijker gekozen voor een zoon van een meester dan voor de zoon van een kunstschrijnwerker. Oefende je een beroep uit dat zijdelings met een bepaalde gilde te maken had, dan moest je je bij die gilde aansluiten en contributie betalen. Zulke ambachtslui werden halve gildewinners of aanwerpelingen genoemd.
Eénmaal per jaar kwamen de gildeleden bijeen en werden nieuwe leden aanvaard, nieuwe regels goed- of afgekeurd en een nieuw bestuur of functionarissen verkozen.
Ambachts ateliers werden gecontroleerd door deze gildefunctionarissen ; hield men zich aan de regels, was het werk van goede kwaliteit, werd de contributie betaald, produceerde men wat overeengekomen was...
Van grotere Gilden is nog heel wat informatie beschikbaar omdat er documenten i.v.m. structuur en werking werden opgesteld.
Lid zijn van een Gilde, kon grote invloed hebben op je leven. In sommige steden werd je een vrij man wanneer je aanvaard werd als Gildebroeder. Vaak had je niet alleen het recht om een bepaald beroep uit te oefenen, maar verkreeg je ook een soort sociale zekerheid.
Je gilde steunde je in moeilijke tijden zoals bij ziekte of ouderdom.
Bedoeling van de gilden was voornamelijk om je ambacht en de marktwaarde ervan te beschermen. Vermits er bepaald werd hoeveel een product mocht kosten en hoeveel er mocht geproduceerd worden, was je zeker van je inkomen.
Benevens de ambachtsgilden waren er ook nog koopmansgilden, schuttersgilden en handelsgilden.
Iedere vereniging hadt ook zijn eigen schutspatroon.
Voor de houtbewerkers was dat Sint Jozef. Ook hier werden de verschillende ambachten nog eens in categoriën ingedeeld.
De schrijnwerkers aan wie het werk werd toegewezen mochten het ruwe hout bewerken naar bruikbaar meubilair-hout. Voor de koffermakers kende men de gilden van de Huchiers. De houtkunstenaars stichtten eigen wijken zoals de fameuze Faubourg Saint Antoine in Parijs. Er waren kunstenaars die het privilege bezaten om te mogen werken en zelfs wonen in de Koninklijke Paleizen van het Louvre.
Vanaf de 17e eeuw splitste de gilde van de houtbewerkers zich op in twee grote rangen : de menuisiers of de schrijnwerkers, die de regionale meubelen en/of de naturelle meubelen mochten fabriceren, en de ébénistes die het recht was voorbehouden meubelen te mogen maken met inlegwerk, marqueterie en placage.
Verder waren er ook nog de andere beroepen die nodig waren voor het vervaardigen van de prachtige meubelen, opgesplitst in verschillende specialiteiten : de bronziers (die zorgden voor beslag in koper en brons), de vernisseurs (die zorgden voor het polieren en lakken van de meubelen), de doreurs (zij verzorgden het verguldsel op de kasten), de sculpeurs (of de beeldhouwers voor snijwerk), enz.
De gewoonte om zijn werk te signeren kunnen wij dateren vanaf 1730. Bij Koninklijk Besluit werd een decreet uitgevaardigd dat het merken van de werkstukken verplichtte in 1751. Het merkteken, de signatuur van de kunstenaar, is een gegraveerde metalen stempel die het merk in de meubelen brandde of schroeide, dit op een onopvallende plaats. Dit teken is dikwijls vergezeld van het teken JME, een merkteken die bevestigde dat de taks voor het meubel vastgesteld was door de gilde.
Een meubel kon echter nog meerdere stempels dragen ; deze van de beeldhouwer, de marquetuer, de bronzier, de vergulder, de handelaar, enz... Verder de stempel van de inboedel, de collectioneur of het kasteel....
Alhoewel het meubel geen meerwaarde in verband met de kwaliteit krijgt, hechten vele kandidaat-kopers een groot belang aan deze stempels, zodat uiteindelijk toch een aanzienlijke meerwaarde kan verkregen worden voor een gesigneerd meubel.
november 2011
Webwinkel en Antiek en Interieur Den Ouden Overzet, ook te volgen op facebook !
Ook een "Antiek" winkel moet mee evolueren met de tijd... en dat betekend dus dat wij ons ook op het vlak van het internet medium moeten profileren. Antiek en Interieur Den Ouden Overzet van Melsele is dan ook te volgen op facebook en wij zijn volop doende om onze webwinkel te vullen.... kijken jullie mee ?
Reeds 30 jaar zijn wij actief in de interieurbranche. Begonnen als kleine antiekzaak, maar steeds alles terug geïnvesteerd en héél hard gewerkt resulteert in één van de weinige, blijvende en grotere Antiek en Interieur zaken.
De collecties antieke meubelen, die met veel geduld en beroepsliefde bijeen gezocht werden en worden, zijn ondertussen aangevuld met nieuwe maatwerk meubelen. De kwaliteitsnorm van de antieke kasten blijft echter gehandhaafd, dat betekend dat ook AL onze nieuwe meubelen in massief hout dienen uitgevoerd te worden : geen MDF of andere houtvervangende producten ! Bij voorkeur gerecupereerd of hout, afkomstig van bomen die op een milieuvriendelijke manier gekweekt en gerooid worden, zodat ook de natuur er wel bij vaart.
Eveneens kan u een grote afdeling nieuwe geschenk en decoratieartikelen bij ons vinden. Originaliteit en betaalbaarheid naast kwaliteit leggen ook hier de lat hoog.
Wat publiciteit betreft of het bereiken van bestaande en/of nieuwe klanten, het profileren van onze zaak, hebben wij steeds gebruik gemaakt van de gedrukte pers. Zo kon u ons reeds terugvinden in Jet Magazine, Thema, Wonen Landelijke stijl (vroeger "Engels Wonen") en talrijke interieurmagazines. Ook in de toekomst zal u ons hier regelmatig terugzien.
Maar tijden veranderen, wij hebben reeds enige jaren onze website
www.antiekdenoudenoverzet.be , die wij regelmatig (laten) aanpassen om u steeds het allernieuwste te laten zien. Er bestaan reeds enkele filmpjes van onze zaak, terug te vinden op o.a. onze site en You tube.
Een leuke manier om contact met de klanten en geïnteresseerden te houden en om elkaar beter te leren kennen !
De instellingen kunnen ten allen tijde aangepast worden om lid van de groep te blijven en dus contact te houden of een kijkje te nemen wanneer je wil, zonder direct je mailbak vol te krijgen met allerlei berichten die je niet interesseren.
En last but not least in onze "aanpassingen aan de moderne tijden" is onze web-shop die wij u aanbieden op onze site. Deze wordt nu systematisch gevuld met onze artikelen. Dat het nog even tijd vraagt voordat dit volledig in orde is, zal u wel willen begrijpen. Toch loont het al de moeite om ook daar eens rond te snuisteren.
Voor de verkopen per internet maken wij gebruik van een transportdient voor het verzenden van de kleinere pakketten.
De tarieven voor verzending in België variëren van 4,50 Euro tot 14.40 Euro voor een pakket met een maximum gewicht van 40 kg.
Meubelen dienen uiteraard door ons geleverd te worden, onder voorwaarden en na afspraak met de kopers. Maar wij veronderstellen dat de geïnteresseerden toch eerst nog zelf naar de zaak komen, om zich persoonlijk te vergewissen van de kwaliteit en uitstraling van de meubelen.
Wat de betalingen van deze verkopen per internet betreft, vragen wij voorlopig nog om het totaalbedrag over te schrijven op onze rekening. Andere betaal opties bekijken we nog even. Meer nieuws daarover later.
Op deze manier hopen wij contact met jullie te houden en een extra kanaal gevonden te hebben voor onze naambekendheid.
Laten wij besluiten zoals het op de "ouderwetse" manier gezegd werd :
"Men zegge het voort ".....
oktober 2011
Meubeltjes van Thonet
Deze maand gaan we in op het verzoek van een van de klanten, om meer info over "Thonet" te verstrekken. Iedereen kent ze wel de meubeltjes van gebogen hout, de tijdloze modellen stoelen en fauteuils. Wisten jullie echter dat deze al meer dan 150 jaar geleden ontworpen en in productie werden genomen ?
Michaël Thonet (1796-1871) is de naam van de ontwerper. Hij werd geboren in Boppard am Rhein, Duitsland. Op 23 jarige leeftijd begon hij een eigen meubelwerkplaats waar hij de traditionele meubels maakte, in Biedermeierstijl, de stijl die toen populair was.
Nieuwsgierig als de jonge man was, experimenteerde hij met het buigzaam maken van hout. In de scheepsbouw werd er al gebruik van gemaakt. In Engeland kende men al de Hoopback Windsor stoel die een ronde rugleuning uit één stuk gebogen had. Ook de Amerikaan Samuel Gragg had reeds twintig jaar eerder een patent gekregen op een stoel die gemaakt was van verlijmd en gebogen fineer. Beide ontwerpen waren handmatig te maken stukken en niet geschikt voor massaproduktie en dus duur.
Meer dan waarschijnlijk wist Thonet in het kleine dorpje in Duitsland niets van deze beide experimenten, want hij probeerde gedurende vele jaren verschillende technieken uit met een al dan niet geslaagd resultaat. Helemaal tevreden was hij echter niet. Tot hij ontdekte dat je hout beter met stoom kunt buigen dan met kokend water ! Massief beukenhout en harde mahonie konden met stoom heel goed gebogen worden. Door de stoomtechniek was er nu veel minder tijd nodig om een stoel te maken, immers de rugleuning en achterpoten konden nu uit een lengte hout gebogen worden zodat het niet meer nodig was met de hand gezaagde verbindingen in elkaar te passen.
De Boppard armleuningstoel is het eerste meubelstuk dat Michaël Thonet vervaardigde. Deze armstoel was meteen een groot succes ! De dunne, gebogen metalen en houten onderdelen gaven de stoel een luchtiger uiterlijk dan de zware Biedermeier stoelen.
Prins Clemens von Metternich zag op een internationale tentoonstelling in Koblenz de Boppard stoel van Thonet in 1841. De prins raadde hem aan om zich in Wenen te vestigen, waar hij Thonet kon introdueren in de hoogste Weense kringen. Het waren echter moeilijke jaren voor Michaël Thonet. Hij bezat geen eigen werkplaats, zijn modellen waren op dat ogenblik nog te nieuw, te revolutionair. Men beschouwde ze meer als curiositeiten dan als funtionele meubelstukken.
Maar dan kwam er een opdracht binnen voor een paar honderd stoelen voor het paleis Liechtenstein in Wenen. De eenvoudige, lichte stoelen die in een gebeitste en in een vergulde versie geleverd moesten worden werden de Liechtenstein-stoel genoemd.
Deze stoel is een typisch product voor de ontwerpen van Thonet.
Opgebouwd uit slechts enkele onderdelen zoals een gebogen rug die in de achterpoten doorloopt, een circelvormige zitting met licht gebogen voorpoten : een decoratieve en snel te maken stoel. Deze twee kenmerken zijn typerend voor het succes van alle Thonet ontwerpen.
Uiteindelijk kon Michaël Thonet zijn eigen meubelatelier beginnen in 1849 en in 1851 opende hij zelfs al zijn eerste meubelfabriek ! In 1853 namen zijn zoons de firma over en werd het bedrijf "Gebroeders Thonet" genoemd. Michaël bemoeide zich niet meer met de financiële en organisatorische kant van het bedrijf, maar ging helemaal op in zijn favoriete bezigheid, nl het ontwerpen.
In 1859 ontwierp hij de stoel nr 14 (nummer 14 in de Thonet catalogus), de stoel waarmee hij wereldberoemd werd. Deze stoel lijkt veel op de Boppard stoel, lichtgewicht, gebogen beukenhout, eenvoudig van model, ijzerster en heel goedkoop. Het was in café Daum in Wenen dat deze stoel voor het eerst gebruikt werd. Dit populaire trefpunt voor journalisten was een uitstekende start. De journalisten waren laaiend enthousiast over deze lichte en comfortabele stoel en zij zorgden ervoor dat deze stoelen in zeer korte tijd bekend werden. Deze stoel kreeg de populaire naam "Daum stoel".
Een jaar later was het opnieuw prijs. Michaël Thonet ontwierp opnieuw een topper ; een prachtige gebogen houten schommelstoel, in de catalogus vermeld onder nummer 1.
Na het overlijden van hun vader in 1871, zetten zijn zoons het bedrijf voort. Ze gaven een catalogus met systeemmeubels uit, waarmee de klanten op een goedkope manier hun eigen interieur konden samenstellen. Kapotte onderdelen als een rieten zitting, kon gemakkelijk vervangen worden. De Thonetcollectie bestond al lang niet mere alleen uit banken en stoelen. Paraplubakken, wiegen, wandelwagens, wandklokken, bloemenstandaards, tafels, alles kon gemaakt worden uit gebogen hout. Er werden winkel geopend in Londen en New York, het aantal fabrieken werd uitgebreid tot zeven.
Auguste Thonet, een van de broers, kwam tot de constatatie dat er een nieuwe trend populaire werd, de stalen buismeubels. Besloten werd de modellen van bekende ontwerpers in stalen buizen uit te voeren. Het model "Freiswinger" van ontwerper Mies van der Rohe, een gebogen buisstoel zonder achterpoten werd in 1927 een enorm succes dat nu nog iedereen kent. In de jaren dertig en veertig waren er weinig ontwikkelingen door de politieke situatie. Een kleinzoon pakte de draad weer op in de vijftiger jaren. Er werd vooral op massaprouktie gemikt, zodat Thonet meubels steeds vaker in openbare gebouwen werden gebruikt. Ook nu komen oude succesvolle modellen opnieuw in produktie. Het Daumstoeltje werd in 1960 opnieuw in de collectie opgenomen onder de naam "stoel nr 214".
In de jaren zeventig en tachtig gaat Thonet voor projectmeubels van bekende ontwerpers. De laminaatstoel S320 van Ulrich Bohme en Wulf Schneider wordt een groot succes en won verschillende internationale prijzen.
Thonet bestaat ondertussen reeds 192 jaar en de antieke Thonet's zijn echte collector's items geworden. Ze zijn schaars en duur, om niet te zeggen vrijwel onbetaalbaar.
In 1869 verliep het patent van Thonet op de gebogen houten meubels. Kleine meubelfabrieken fabriceerden vanaf toen miljoenen Thonetstoelen. Een echte Thonet is echter onmiddelijk herkenbaar : ze zitten comfortabeler en zijn mooier van vorm. Een stempel in de zitting bevestigd de echtheid. Dit kan een stempel zijn "Thonet" of het brandmerk GT (Gebruder Thonet). Ook kan je een echte van een copie Thonet onderscheiden omdat bij de imitaties het materiaal even dik is, terwijl bij de echte op de plaatsen waar de twee onderdelen bij elkaar komen meestal wat dunner zijn.
Gebruik alvast ook de oude Thonet catalogi (die trouwens een voorloper waren voor o.a. de huidige Ikea catalogus) voor een duidelijk overzicht van de meubels uit een bepaalde periode.
Qua onderhoud is een Thonetstoel een makkelijk meubel. Ze zijn ijzersterk, de meest kwetsbare plek is de rieten zitting en deze kan je bij Antiek en Interieur Den Ouden Overzet laten herstellen. Thonet gebruikte voor zijn stoelen altijd riet, herkenbaar aan de open geweven gaatjes.
(bron: Ariadne antiek cursus november 1994)
september 2011
Gietijzer in de 19e eeuw (André Godin)
In juni plaatsen we reeds een nieuwsbericht dat wij onze klanten nu ook kunnen verderhelpen met het inrichten van de landelijke badkamer. Niet alleen de (aangepaste) meubels maar ook de gietijzeren baden op pootjes en de reproducties van de antieke gietijzeren radiatoren kunnen wij leveren. Deze maand geven wij u nog wat achtergrondinformatie over het gebruik van gietijzer in het algemeen, in het verleden.
Gietijzer werd vooral in de 19e eeuw veelvuldig toegepast. Het is een ijzerlegering met een gehalte van 3 tot 4 % aan koolstof en tot 6 % aan silicum dat zijn vorm krijgt, zoals de naam al aangeeft trouwens - door het gieten in een vorm.
Het basismateriaal ijzer veranderd in de gewenste samenstelling van gietijzer tijdens het productieproces door legering of oxidatie van het teveel aan koolstof en silicum. Men kan het in deze toestand allerlei soorten warmtebehandelingen laten ondergaan.
Het overschot van de koolstof wordt daarbij meestal afgescheiden als grafiet. Er bestaan vele kwaliteiten gietijzer, die variëren van zeer bros tot zeer hard.
Gietijzer werd gebruikt voor de fabricage van machineonderdelen, voor de bouw van bruggen en gebouwen en voor diverse huishuidelijke voorwerpen. Slechts door de opkomst van staal in de loop van de 20ste eeuw vielen grote aantallen toepassingen van gietijzer weg.
In het midden van de 19e eeuw schafte men in vele huishoudens een gietijzeren kachel aan. De voordelen van een maximum aan warmteafgifte tegen een gering verbruik werden zeer op prijs gesteld. Voor veel antiekverzamelaars is een mooie gietijzeren kachel nog een vreemd gegeven... Voor de hard-dy verzamelaar van antiek worden deze kachels, die dus niet ambachtelijk gemaakt werden niet aanzien als "echt" antiek. Deze kachels werden immers reeds in grote reeksen in fabrieken geproduceerd.
De ontwerpers besteden echter veel aandacht aan het uiterlijk, zodat men ook nu nog soms echte pareltjes op de kop kan tikken. Een fraai markant uiterlijk is typerend voor deze 19e eeuwse kachels. Verzamelaars vinden ze zeker de moeite waard.
In heel West Europa (Tjechië, Ierland, Frankrijk, België) trof men fabrieken aan. Denken we aan de mooie Ierse voorzethaarden, de haardplaten die achterwanden van vuurplaatsen beschermden (reeds in de 17e en 18e eeuw) met pastorales, engeltjes, enz..
Echter, de vooruitstrevendste en nu nog steeds bekendste gietijzer fabrikant en -ontwerper is ongetwijfeld de Fransman André Godin (1817-1888) die gespecialiseerd was in gietijzeren kachels.
Reeds in 1840 startte de toen 23 jarige Godin in een boerengehucht in het hart van de Thierache, Esquehieres een bedrijfje in kachels. In 1842 begon hij wegens het grote succes een eigen metaalgieterij in een kleine loods, maar ook deze was al spoedig te klein.
Ondertussen werkte hij reeds met een 30tal werknemers en verhuisde hij naar Guise. Hij nam patenten op zijn ontwerpen en producten, maar deze werden toch ongestraft nagemaakt door de concurrentie. Desondanks groeide zijn bedrijf in hoog tempo. De belangrijkste reden van zijn succes was innovatie. Hij liet patent op patent vastleggen, verbeterde zijn producten op technisch en estetisch vlak en experimenteerde veel. Zo behield hij de eerste plaats op de gietijzer markt met zijn atelier/fabriek. Godin was trouwens ook een uitstekend manager. Een van zijn grote successen was het mechanisch gieten van ijzer.
In 1880 was zijn bescheiden werkplaatsje reeds uitgegroeid tot een bedrijf met 2000 werknemers ! Dit verbaasde veel van zijn tijdgenoten. Deze scepsis werd veroorzaakt door de geringe economische mogelijkheden van het Aisnegebied in Frankrijk. Deze regio lag ver verwijderd van grote verkeersaders en stedelijke markten en was bovendien arm aan grondstoffen. Godin bekeek het echter anders : in deze streek was een groot aanbod van potentiële werkkrachten die minder eisen stelden dan de arbeiders en werknemers in de grote steden. Zijn arbeiders toonden steeds een grote inzet om de Godin producten kwalitatief af te leveren. Godin aan de andere zijde, had als socialist veel over voor zijn arbeiders en zorgde voor sociale maatregelen ten gunste van zijn werknemers. Hij liet voor zijn arbeiders woningen bouwen, met een voor de 19e eeuw zeer hoge norm aan veiligheid, hygiëne en comfort. Hij zorgde er tevens voor dat zijn werknemers konden genieten van een uniek stelsel van sociale verzekeringen, hij stichtte scholen, stimuleerde een gezonde vrijetijdsbesteding en liet zijn werknemers zelfs medelen in een stelsel van winstdeling.
Tenslotte werd het bedrijf een co-operatieve arbeidersvereniging op initiatief van André Godin.
Tot in 1968 was het bedrijf nog productief, dat is 128 jaar !
Wanneer men de naam Godin hoort denkt men vandaag vooral aan de kachels die zijn naam dragen en die tot vele jaren na de 2e Wereldoorlog nog volop in gebruik waren. Uit bovenstaand verhaal blijkt echter dat hij ook toonaangevend was in het ijzergieten en dat hij tevens bekend is vanwege zijn vooruitstrevende sociale ideeën. Jammer dat daarvan minder terug te vinden is in de geschiedenisboeken !
(naar artikel uit Antiekencyclopedie van H. Halbertsma).
juni 2011
De landelijke badkamer gezien door de ogen van Antiek en Interieur Den Ouden Overzet...
Sedert eind vorig jaar presenteren wij u, naast het gewone aanbod van antiquiteiten en landelijke meubelen en artikelen,
ook de specifieke inrichting voor de nostalgisch, landelijke badkamer. Heeft u hiermee nog niet kennis gemaakt ?
Dan moet u dringend eens een kijkje komen nemen ! Wij bieden u de inrichting van dergelijke badkamers aan,
aan de prijs waarvoor u bij de grote badkamer-special-zaken alleen het bad kan aanschaffen !!!
Heerlijk relaxen in onze nostalgische badkamers....
Laten we vooral duidelijk zijn : het is niet onze bedoeling om water- en douche kranen, leidingen en buizen en het
echte loodgieterswerk te verzorgen, het gaat wel degelijk alleen om de inrichting !
Maar waarschijnlijk leest u dit artikel omdat u ook droomt van de sereniteit en de gemoedelijkheid van een retro badkamer ?
Vandaag de dag kiezen inderdaad steeds meer mensen voor de rust en de sereniteit die een nostalgische badkamer uitstraalt.
Antiek en Interieur Den Ouden Overzet is goed geplaatst om uw wensen hierin te voorzien, en u hoeft absoluut niet bang te
zijn dat u geen budget heeft om uw droombadkamer realiseerbaar te maken... Integendeel, u zal versteld staan van de
mogelijkheden !
Wij zijn reeds meer dan 30 jaar gespecialiseerd in de restauratie en verkoop van antieke meubelen.
Door de hernieuwde interesse voor de "landelijke stijl" en de renovatie van oude woningen of de bouw van woningen in
pastoriestijl, is er een toenemende wens om niet alleen de woonkamer, slaapkamer of keuken, maar ook de badkamer in
deze stijl in te richten.
Voor de badkamer bieden wij u dan ook de mooie, romantische, opgeknapte of nieuw op maat gemaakte commodes met
een natuurstenen blad en een hedendaagse ingebouwde of opgeplaatste lavabo aan.
Om de ruimte helemaal af te maken en al uw spulletjes netjes te kunnen opbergen, kan u ook de andere rustieke en
landelijke kasten en spiegels of kleinmeubeltjes bij ons uitkiezen. Wij zetten deze in het kleurtje dat u wenst.
Leuke kapstokjes, originele toiletpapierhouders, een opvallend haakje : deze zaken worden regelmatig aangeboden en
het aanbod veranderd steeds.
Maar vergeet u vooral ook niet om - weg van de alledaagse drukte - heerlijk te ontspannen in een "authentiek"
gietijzen bad, al dan niet op pootjes. Een voorbeeld staat in de winkel.
En ook de nostalgische radiatoren in gietijzer, die de kamer optimaal verwarmen tijdens de killere dagen en die
meteen een grote meerwaarde bieden op estetisch vlak, kan u bij ons aan goede prijzen aanschaffen !
Rozengeur en ontspannen in een romantisch gietijzeren bad ...
De keuze van het badkamersanitair is van groot belang om een echte landelijke stijl te creëren in uw badkamer.
Wat tot nog toe onbetaalbaar was ligt nu binnen uw bereik. Voor een lekker ontspannen bad gaan we terug
naar oma's tijd met de nostalgie van een gietijzeren bad op pootjes. Onze absolute favoriet is de Slipper die
een lekkere steun biedt in de rug.
Na een hectische, drukke dag ontspannen in het warme kader van uw badkamer, een glaasje cava of champagne
binnen handbereik : heerlijk toch ? Het gietijzer houd de warmte van uw water lang bij, zodat u lekker extra lang
kan genieten van uw bad.
U kan uw bad ook een authentieke en persoonlijke touche geven met een speciale verf. Het gietijzeren bad kan u
immers aan de buitenzijde voorzien van een eigen kleurtje, een fijn motiefje of een monogram.
Houdt u echter meer van trendy ? Geen nood, ook dan kan een gietijzeren bad perfect geïntegreerd worden in de
combinatie met retro.
Warmte zoals vroeger....
Hoe vaak wordt er niet gezegd dat er vroeger veel beter materiaal gemaakt en gebruikt werd dan nu ? Het is nog
geen 100 jaar geleden dat de verwarmingsradiatoren uit stevig gietijzer vervaardigd werden. Deze verwarmingselementen
dienden niet alleen om de woning te verwarmen, maar het waren ook echte pronkstukken in het interieur. De radiators
werden met evenveel zorg ontworpen als een meubelstuk, het maakte integraal deel uit van het interieur. Ze werden versierd
met tekeningen of monogrammen voor een persoonlijke uitstraling. Meestal stonden ze op pootjes, zodat ze verplaatst
konden worden.
De radiatoren die wij u aanbieden zijn nieuw gemaakt naar oude modellen. De aansluitingen zijn hedendaags, zodat er geen
problemen zijn bij het plaatsen.
Onze retro radiatoren zullen perfect samengaan met uw favoriete natuurlijke materialen zoals hout, marmer of blauwe steen...
Behalve het estetische aspect, (tenslotte wil het oog ook wat), hebben deze gietijzeren radiatoren nog heel wat meer
voordelen : ze warmen geleidelijk op waardoor de aangename stralingswarmte lange tijd de ruimte verwarmt en het verbruik
laag ligt.
Gietijzer heeft immers de unieke eigenschap om de warmte constant en langdurig aan de kamer af te staan. Hierdoor zijn
warmte, comfort en laag verbruik verzekerd.
Van nature uit geruisloos, kraakt noch trilt het gietijzern tijdens het opwarmen of afkoelen.
Onze gietijzeren radiatoren hebben het uizicht van fraaie reproducties uit de vroege jaren 1900. De modellen zijn standaard
verkrijgbaar in epoxy grijs, roest of zwart, poedercoat. Maatwerk is mogelijk, u kiest namelijk het aantal afzonderlijke
elementen zodat elke gewenste lengte kan worden samengesteld. Verkrijgbaar in drie hoogtes, dubbel- of tri koloms.
Aangepaste retro kranen worden eveneens aangeboden.
Netjes en zuiver.... geprijsd !
In de winkel staat een kleine badkameruitstalling bestaande uit :
een gietijzeren bad "Slipper" op pootjes;
een gietijzeren radiator met kraan, drie koloms, hoogte 76 cm, 11 elementen;
een antiek badkamerkastje met spiegel en schuiven en een moderne porceleinen wasbak;
een mansgrote kantelspiegel, verkrijgbaar in zwart of wit;
.... en dit alles samen voor nog géén 4.000,- Euro, inclusief B.T.W. !!!
Toch zeker overtuigd om je droom eindelijk te realiseren ???
Let wel even op : gedurende de maanden juni, juli, augustus en september 2011 zijn
wij zondag gesloten.
Gelieve voor uw gepland bezoek even te bellen, het is tenslotte vacantieperiode !
mei 2011
Bruidskasten, rustieke kasten als bruidschat.
Wij zijn er even tussenuit geweest met ons nieuwsrubriekje, andere activiteiten vroegen onze aandacht.
Maar we zijn terug met een verhaal over een schitterend en intrigerend meubelstuk : de bruidskast.
Wanneer wij spreken over een "bruidskast" denken wij meestal aan de mooi gesculpteerde Franse kasten in Louis XV, Louis XVI en overgangsstijl in massief eik.
Deze kasten eisen inderdaad direct de aandacht van de liefhebbers van meubelen die met (letterlijk) liefde gemaakt zijn.
Wat zijn deze bruidskasten nu eigenlijk, waarom noemt men ze bruidskast ?
Een bruidskast werd inderdaad gemaakt als meubel voor de uitzet. Niet altijd werd echter enkel of alleen een kast als geschenk meegegeven aan het bruidje.
Ook bestonden er bruidskisten : ze werden gebruikt voor linnen en kleding en voor de uitzet die onderdeel was van de bruidschat. Ze werden niet altijd in eik uitgevoerd, wij kennen ook bv. Normandische exemplaren in grenen uit de 18e eeuw.
Nog een misverstand is dat deze kisten en of kasten steeds gesculpteerd werden. Er bestaan ook voorbeelden uit het begin van de 18e eeuw die eenvoudig bewerkt zijn, of zelfs voorzien van ajour en fineerwerk. Ook is niet iedere gesculpteerde kast een echte bruidskast. En niet alleen Frankrijk, maar ook bv Duitsland, Vlaanderen, Italië en Nederland kenden de waarde van een meubel als geschenk bij het huwelijk.
De prijs werd bepaald door het aantal en soort sculptures dat besteld werd door de klant. Ze werden gebruikt als linnenkast, symbool van de rijkdom van de familie en dus een belangrijk stuk van de bruidsprijs.
Gaan we nu even terug naar de kasten die de meeste handelaars en liefhebbers klasseren onder de "bruidkast".
Meestal gaat men de prachtig gesculpteerde (bas relief) tweedeurskasten in eik van de Normandische meubelmakers en -sculpteurs onder deze noemer klasseren.
Typisch aan deze kasten is het zéér fijne sculpteerwerk in onder en bovenregel. De tussenregel, onder en bovenregel van de deuren werden eveneens versierd met snijwerk en omlijst met een mooie moulure. Deze tussenregels zijn vaak uitgewerkt in medaillons. Overwegend in de Louis XV en Louis XVI stijl, vaak ook vermengd, daar het hier om rustieke meubelen gaat. Druivenranken, korenaren, korenbloemen, draperieën, bloemenmanden en -korven, rozen, parel- en gedraaid lintmotieven, cannelures en acanthusblad zijn de meest voorkomende versieringen. Het aantal bloemen of rozen in bovenregels en medaillons geeft zelfs een prijsindicatie aan, hoe meer rozen, hoe duurder de prijs voor het sculpteren. Minder vaak ziet men een laurierbladmotief en strikken. Soms hebben deze kasten ook een vooruitstekende kroon in de bovenregel, een mand gevuld met fruit of bloemen. De kroonlijst zelf echter is recht.
De medaillons op de tussenregel van de deuren zijn vaak afbeeldingen met muziekinstrumenten, boeketten en gevulde urnen.
De zijstijlen van deze kasten werden gecanneleerd (al dan niet gedeeltelijk opgevuld, naargelang de stijlperiode) of eveneens met fijn snijwerk versierd.
Poten lopen door vanuit de zijstijlen en eindigen vaak in een gekromde kniepoot. Ook hier werd snijwerk uitgevoerd, dit zal wellicht van de bedongen prijs afgehangen hebben. In de onderregel die volgens de Louis XV stijl met sierlijke bogen en krullen werd gebogen, bemerkt men in het midden vaak een medaillon, alweer versierd naargelang de prijsklasse. Daarboven stopt de brede tussenregel (vast aan de linkerdeur is het meest voorkomend), die met cannelures, parellijsten of snijwerk werd opgehoogd.
En toch zijn al deze prachtige meubelen géén echte bruidskasten. Wat ontbreekt er dan ?
Wel logisch toch : een écht bruidssymbool ! En wat is er reeds eeuwenlang een symbool van de band die echtgenoot en echtgenote verbind ? Inderdaad de duif.
Dus op een échte bruidskast vind men heel vaak twee duifjes terug. Dit kan in de vooruitstekende kroon onder de kroonlijst, of op de deuren in de bovenregels of tussenregel. Soms ook of herhaald in de medaillons op de deurregels.
Ook kan men op sommige bruidskasten de initialen of zelfs de namen van het kersverse koppeltje terugvinden, al dan niet met vermelding van de huwelijksdatum. Dit gaat men vooral op de eenvoudiger bewerkte Duitse bruidskasten in eik of grenen kunnen lezen. Deze informatie werd vaak duidelijk leesbaar in de bovenregel van de kast, net onder de kroonlijst gezet.
De taak van het toekomstige bruidje was het om de kast (en soms de kist) te vullen met fijn handwerk en ander linnen. Naarstig borduren aan het haardvuur, dromend van een romantische vrijer.....

Bruidskast Louis XVI, Normandie, Frankrijk.

Normandische linnenkast in massief eik.

Medaillon op de middenregel van de deur.
Juli 2010
De waarde van Antiek
Of je nu antieke voorwerpen ten gelde wil maken, je huis herinrichten met antieke meubelen, objecten wil verzamelen of doodgewoon wil beleggen in antiek, het is steeds belangrijk dat je toch weet wat je in handen hebt en hoe en wanneer je het op de markt kan brengen.
De gehele antiekwereld op zijn duimpje kennen is voor niemand mogelijk, je specialiseert je best op een of ander gebied : Oosters porcelein, meubelen uit een bepaalde periode, tapijten, horloges en klokken, schilderijen,...
En tenzij je beschikt over een of ander geluksamulet, zal je geen geld kunnen verdienen met de handel in antiek zonder je eerst te scholen. Het is essentieel dat je een voorwerp meteen kan plaatsen (regio, fabricant of ontwerper, gebruikt materialen, datering,...) en dat je kan onderscheiden of het een authentiek stuk of een reproductie of vervalsing is. Als het dan toch een authentiek voorwerp is, moet je nagaan of er geen of te veel restauratie uitgevoerd is. Zijn de nodige restauraties deontologisch verantwoord (d.w.z. heeft men het meubel, de tafel, de stoel, de kast, het horloge, de klok,... op de juiste manier, eigen aan het voorwerp en de tijd en met de juiste materialen) gerepareerd ? Dit kan een bijlangrijke invloed op de prijs hebben.
Helaas kan je deze kennis niet op één twee drie verwerven, jarenlange expertise en een lang leerproces met veel vallen en opstaan zijn hiervoor noodzakelijk. Ook een degelijke vooropleiding waar men je wijst op het belang van observeren is belangrijk.
Een documentatiemap aanleggen kan gemakkelijk zijn. Ook te rade gaan bij een betrouwbare antiekhandelaar is belangrijk.
Toch begin je best met de theoretische studie van stijlen en periodes. Goed opletten voor details. De verschillende versieringstechnieken, gebruikte ornamenten en materialen dien je automatisch te leren herkennen. Er zijn veel naslagwerken op de markt om de basis te leggen, maar zelfs hier moet je opletten. Zoals we in een vorig nieuwsbericht reeds hebben geschreven, hebben verschillende stijperiodes vaak meerdere namen en overlappen deze elkaar, wat dan weer tussenstijlen voortbrengt, enz.
Verder is het belangrijk dat je in het geval van meubels bv. kijkt of het een "meuble d'époque" is of een landelijk meubel dat altijd iets later dan de eigenlijke stijlperiode vervaardigd werd. Immers de edelen waren steeds de eersten die - dicht bij de koning en het hof - de heersende mode kenden. De landelijke bevolking die verder van de steden en het hof verwijderd waren, waren pas veel later op de hoogte van de ornamentiek en stijl die opgang maakte. Veel van die landelijke meubels zijn dan ook uitgevoerd in een overlapping van verschillende stijlperiodes.
In musea kan je topstukken uit bepaalde periodes of strekkingen gaan bekijken. Dit is uiteraard wel steeds de "fine fleur" van de markt, maar qua stijl, periode en uitvoering kan je hier veel leren. Beter nog dan op afbeeldingen uit boeken kan je je hier oriënteren. Bekijk een voorwerp steeds vanop afstand en ga pas later de vorm, verhouding, kleur, versiering en andere details bestuderen.
Ook talenkennis is belangrijk indien je je op de antiekmarkt wil begeven. Frans en Engels zijn steeds referentietalen geweest, waardoor bepaalde kenmerken slechts in die talen kunnen uitgedrukt worden. Ook veilingen, die een prijsindicatie kunnen aangeven zijn veelal internationaal.
De beste antiekzaken kunnen je als klant met de juiste informatie te woord staan. Achter de schermen van deze zaken is vaak één of meerdere restaurateurs aan het werk. Anderen, die zelf niet over een atelier of de juiste kennis beschikken, besteden dit werk uit bij collega's. Uiteraard betaald de klant de prijs hiervan.
Verder heb je nog de veilinghuizen. Je kent in België enkele vaste waarden die met kennis van zaken handelen. Zij veilen meestal vanuit hun eigen veilinghuis op een vast adres. Vaak organiseren zij gespecialiseerde verkoopavonden waarbij de klant goed geinformeerd wordt.
En dan heb je ook nog de verkoopsexposities, al dan niet met een mooie catalogus. Dit marktsegment is de laatste jaren wel veel verkleind. Wellicht weten de uiteindelijke kopers al dat ze moeten opletten. Deze venters hebben geen vast pand, zijn in niets gespecialiseerd en hebben slechts een oppervlakkige kennis van de antiekcategorieën. Opletten is de boodschap : eens gekocht kan men niet reklameren, men dient op de hoogte te zijn van de staat van het gekochte goed !
Vandaag vertoond de economie een neerwaartse curve en wanneer men dan antiek werkelijk als belegging wenst aan te kopen is dit het goede moment ! De wereldhandel in o.a. antiek is een fluctuerende curve van pieken en dalen. Het is dus zowel voor kopen als verkopen, net als bij andere beleggingen, zaak om het juiste moment af te wachten.
Ondertussen kan men echter van een mooi stuk antiek nog echt genieten.... en dat is toch ook mooi meegenomen niet ?
Mei 2010
De stijlen en hun tijdsperioden.
Daar waar het meubel oorspronkelijk een gebruiksvoorwerp was dat voldeed aan een bepaalde behoefte, evolueerde het tot een luxueus bezit waarmee men kon pronken en waar men status mee verwierf.
Het is misschien wel eens interessant vooraleer we verder de verschillende stijlen gaan bespreken om de juiste namen/benoemingen en de tijdsperioden op een rijtje te zetten....
We verdelen de periodes en stijlen in drie gebieden : de Nederlanden, Frankrijk en Engeland.
Tevens vermelden wij hierbij de heersers/regeringen tijdens die periode.
De Nederlanden.
Van ca 1200 tot 1550 : Gotiek (bewind Karel V van 1515-1555)
Van ca 1540 tot 1600 : Vroeg Renaissance (bewind Stadhouder Willem Van Oranje van 1559-1584)
(bewind van Stadhouder Maurits van 1585-1625)
van ca 1600 tot 1650 : Hoog Renaissance (bewind van Stadhouder Frederik Hendrik van 1625 - 1647)
(bewind van stadhouder Willem II van 1647 - 1650)
van ca 1650 tot 1750 : Barok (bewind van het 1ste Stadhouderloze tijdperk van 1650 -1672)
(bewind van Koning-stadhouder Willem III van 1672 - 1702)
van 1700 beginnen de Franse invloeden. (2de Stadhouderloze tijdperk van 1702 - 1747)
van ca 1700 tot 1725 : Louis XIV stijl
van ca 1747 tot 1775 : Louix XV of Rococo stijl (bewind Erfstadhouder Willem IV van 1747 - 1751)
(bewind van Prinses Weduwe Anna, gouvernante van 1751 - 1759)
van ca 1775 tot 1790 : Louis VI invloed of de overgangsstijl Transition (bewind van Erfstadhouder Willem V van 1759 - 1795)
van ca 1790 tot 1800 : De Louis VI stijl of het Classicisme (Bataafse Republiek van 1795 - 1806)
van ca 1800 tot 1820 : Het Empire (Koninkrijk Holland van 1806 - 1810)
(Inlijving bij Frankrijk van 1810 -1814)
van ca 1820 tot 1850 : de Biedermeier stijl of het Burger Empire (Koning Willem I van 1814 - 1840)
(Koning Willem II van 1840 - 1849)
van ca 1850 tot 1890 : de Neo stijlen of de stijl Willem III (Koning Willem III van 1849-1890)
van ca 1890 tot 1925 : de Jugendstill (Emma Regentes van 1890 - 1898)
(Koningin Wilhelmina van 1898 - 1948)
van ca 1925 tot 1935 : de Art Deco stijl.

Willem van Oranje
Frankrijk.
van ca 1500 tot 1550 : Fin du Gothique (Francois I van 1515 - 1547)
van ca 1550 tot 1625 : Renaissance (Henri II van 1547 - 1559)
(Francois II van 1559 - 1560)
(Charles IX van 1560 - 1574)
(Henri III van 1574 - 1589)
van ca 1590 tot 1610 : Hoog Renaissance (Henri IV van 1589 - 1610)
van ca 1610 tot 1650 : Laat Renaissance of Louis XIII stijl (Louis XIII van 1610 - 1643)
van ca 1650 tot 1715 : Barok of Louis XIV stijl (Louis XIV van 1650 - 1715)
van ca 1710 tot 1723 : Régence stijl (Régence van 1715 - 1723)
(Bewind van Louis XV van 1723 - 1774)
van ca 1723 tot 1755 : Louix XV of Rococo stijl (bewind van Louis XV)
van ca 1755 tot 1774 : de Transition stijl (bewind van Louis XV)
van ca 1774 tot 1790 : de Louis XVI stijl of het Classisisme (bewind van Louis XVI van 1774 - 1793)
van ca 1789 tot 1792 : de Revolutionaire (bewind van Louis XVI)
van ca 1792 tot 1795 : de Convention
van ca 1795 tot 1799 : de Directoire (directoire bewind van 1795 - 1789)
van ca 1799 tot 1804 : de Consulat (consulaat bewind van 1799 - 1804)
van ca 1804 tot 1818 : het Empire (bewind van Napoleon I van 1804 -1815)
(bewind van Louis XVIII van 1815 tot 1824)
van ca 1815 tot 1852 : de Restauration stijl Charles X periode (bewind van Charles X van 1824 - 1830)
Louis Philippe periode (bewind van Louis Philippe van 1830 - 1848)
(II république van 1848 - 1852)
van ca 1852 tot 1875 : de Napoleon III stijl of het Second Empire (bewind van Napoleon III van 1852 - 1870)
(derde republiek van 1870 - 1890)
van ca 1890 tot 1925 : Art Nouveau
van ca 1925 tot 1935 : Art Deco

Louis XVI
Voor het vasteland kan men de gebruikte houtsoorten ongeveer indelen als volgt qua periode :
13e eeuw : eik
14e en 15e eeuw : eik en noten
16e eeuw : noten
17e eeuw : ebbenhout
18e eeuw : de getinte houtsoorten (o.a. fruithout),voor het eerste deel van de 18e eeuw
massief acajou eind 18e tot begin 19e eeuw.
Engeland
van ca 1500 tot 1530 : Gotiek (bewind van Henri VIII van 1509 - 1547)
van ca 1530 tot 1570 : Early Tudor (bewind van Edward VI van 1547 - 1553)
(bewind van Queen Mary van 1553 - 1558)
(bewind van Queen Elizabeth van 1558 - 1603)
van ca 1570 tot 1600 : Late Tudor of Elizabethan style (Queen Elizabeth)
van ca 1600 tot 1625 : Jacobean (bewind van James I van 1603 - 1625)
van ca 1625 tot 1649 : Charles I (bewind van Charles I van 1625 - 1649)
van ca 1649 tot 1660 : Commonwealth (bewind van Cromwell van 1649 - 1660)
van ca 1660 tot 1688 : Restoration (bewind van Charles II van 1660 - 1685)
(bewind van James II van 1685 - 1688)
van ca 1690 tot 1700 : William & Mary (bewind van William III van 1688 - 1702)
van ca 1702 tot 1750 : Queen Anne and Early Georgean (bewind van Queen Anne van 1702 - 1714)
( bewind van George I van 1714 tot 1727)
van ca 1750 tot 1785 : Late Georgian (bewind van George II van 1727 - 1760)
(bewind van George III van 1760 - 1820)
van ca 1765 tot 1785 : Chippendale (bewind van George III van 1760 - 1820) Chippendale was een ontwerper.
van ca 1765 tot 1792 : Hepplewhite (bewind van George III) Hepplewhite was een ontwerper.
van ca 1790 tot 1795 : Sheraton (bewind van George III) Sheraton was een ontwerper.
van ca 1810 tot 1830 : Regency (bewind van de Regency 1811 - 1820)
(bewind van George IV van 1820 - 1830)
van ca 1830 tot 1860 : Early Victorian (bewind van Queen Victoria van 1837 - 1901)
van ca 1860 tot 1880 : Victorian (bewind van Queen Victoria)
van ca 1880 tot 1900 : Late Victorian (bewind van Queen Victoria)
van ca 1900 tot 1925 : Modern Style (onder het bewind van Edward VII van 1901 - 1910)
(onder het bewind van George V van 1910 - 1936)
van ca 1925 tot 1935 : Art Deco

Queen Victoria
In Engeland was ook het gebruik van de houtsoorten sterk onderhevig aan de mode :
16e eeuw tot 1660 : age of oak
1660 tot 1750 : age of walnut
1720 tot 1765 : age of mahogany.
Daar waar dus op het vasteland de stijl vooral gedicteerd werd door het bewind, onderscheidt men in Engeland periodes genaamd naar de ontwerpers.
Pas vanaf de Art Deco is er een gelijklopende stijl voor heel Europa.
Aan de hand van de meubelstijlen kan men dus de woelige periodes in de regeringstijden herkennen. Interessant niet ????
April 2010
Paaseieren en Fabergé.
Met pasen in het vooruitzicht is het misschien interessant om even uit te weiden over de bekendste en duurste paaseieren ter wereld : de Fabergé eieren.
Over het geslacht Fabergé is weinig geweten. In de late 17e eeuw ontvluchtten deze familie, net zoals vele andere Hugenoten Frankrijk. Het leven van de protestanten was er immers niet meer veilig. De familie vestigde zich eerst in de buurt van Berlijn, later verhuisden ze naar Pernau aan de Baltische zee in Litouwen. Gustav Fabergé de zoon van de schrijnwerker Peter besloot zijn geluk te wagen in de buurt van Sint-Petersburg.
In de register van 1830 duikt zijn naam voor het eerst op als leerling van de juwelier Andreas Spiegel. Op de leeftijd van 27 jaar begon Gustav Fabergé voor zichzelf te werken en in hetzelfde jaar huwde hij met de dochter van een Deens schilder. Vier jaar later werd hun eerste zoon geboren : Carl Gustavovich. Door zijn harde werk en zijn grote talent werd Gustav al snel een gerespecteerd juwelier voor de middenklasse. Zijn zoon Carl ging op 18 jarige leeftijd op reis door Europa langs de meest prestigieuze centra van de juwelierskunst : Florence, Londen en Parijs. Hij deed hier ervaring op en stelde zich op de hoogte van alle technieken.
In 1866 werd Carl op tweeëntwintigjarige leeftijd toegelaten tot het juweliersgilde. Zes jaar later huwde Carl met Augusta Jakobs, de dochter van een ebenist aan het hof van de tsaar. Hij leidde een onopvallend leven en was de bescheidenheid in persoon. Zijn werk was niet opvallend en werd later zelfs omschreven als "plomp en ondermaats". Hij werkte gratis bij de schatbewaarder van de tsaren voor het catalogiseren, repareren en het schatten van de kroonjuwelen en kunstvoorwerpen.
De jongere broer Agathon Fabergé die eveneens juwelier was, had enorm veel briljante ideeën, en toen hij in 1882 eveneens naar Sint Petersburg kwam gaf dit de aanstoot tot de grote doorbraak van Carl. Beide broers besloten de oude Kerch schatten (een opgraving in een oude haven op de Krim, waaruit duizenden voorwerpen te voorschijn zijn gehaald, uit de vierde eeuw v. C.) te kopieëren. Ze stelden hun sieraden tentoon op een beurs in Moskou en daar bracht Tsaar Alexander III een bezoek. De tsarina kocht een paar gouden manchetknopen in de vorm van krekels. Fabergé werd ook nog laureaat en kreeg een gouden medaille voor zijn werk uitgereikt. Het talent van Fabergé lag duidelijk meer in het smeden van goud dan in het vervaardigen van juwelen met dure edelstenen. Fabergé werd later ook nog benoemd tot Leverancier van het Hof. Alle activiteiten van het huis vonden nu plaats onder één dak : diamantslijpen, zilverfabriek,... Het huis is nog steeds te bezichtigen in de stad Sint Petersburg.
Pasen is de belangrijkste feestdag van de Russische Orthodoxe Kerk, het equivalent van het christelijke Kerstmis. Op deze dag schenkt men familie en vrienden eieren. Bij de gewone mensen zijn dit kippeneieren, meer welgestelde families geven porseleinen, glazen of houten eieren en in de adellijke kringen schenkt men zilveren en gouden eieren.
In 1885 bestelde Alexander III een eerste ei voor zijn tsarina. Een gouden ei bedekt met email en waarin zich een gouden "Yolk" bevond. In de yolk bevond zich een gouden miniatuur hen. Daarna "vroeg" de tsaar aan Fabergé om ieder jaar met Pasen een nieuw ei te presenteren als geschenk voor Maria Feodorovna. Elf eieren bracht dit op voor Alexander.
Na het overlijden van de tsaar, zette de zoon Nikolaas deze traditie verder : twee eieren, eentje voor zijn moeder en eentje voor zijn vrouw Alexandra. Elk paasgeschenk moest de vorm hebben van een ei en een verrassing inhouden. Niet minder dan 55 paaseieren werden er aldus vervaardigd. Met het ontwerp werd lang voor Pasen begonnen, soms nam het produktieproces meer dan een jaar in beslag. Een van de belangrijkste punten was de absolute geheimhouding over het karakter van het paasei, zelfs de tsaar moest in het ongewisse blijven. Echt winst werd er op deze pronkstukken niet gemaakt. De enorme publiciteit ieder jaar echte,r vergrootte de faam van de ontwerper, zelfs vandaag denkt iedereen bij de naam Fabergé aan de keizerlijke paaseieren.
Het bekendste exemplaar dateert uit 1897, het beeld de troonsbestijging van 1896 uit. Dit evenement was het meest verkwistende uit de geschiedenis van de Romanov's. Zevenduizend gasten van over de hele wereld werden uitgenodigd voor deze festiviteiten. Fabergé gebruikte het ontwerp van de motieven van het keizerskleed : een zwarte dubbelkoppige adelaar op een gouden achtergrond. Een replica van de koets waarin de tsarina de inhuldigingstocht door Moskou hield zit in het ei verborgen. Een replica die werd vervaardigd vroeg vijftien volle maanden werk. Het 9cm lange koetsje is van goud en rood email, ingelegd met diamanten. De raampjes zijn van bergkristal en net zoals bij het originele (bewaard in het Hermitage museum) is de vering perfect.
Ook in 1900 werd er een schitterend ei gemaakt. Het is opgedragen aan de opening van de spoorverbinding tussen Moskou en Vladivostok. Dit ei is gegraveerd met een zilveren landkaartje, waarop de stations zijn aangeduid met edelstenen. De ingesloten verrassing is een compleet keizerlijk treinstel bestaande uit een locomotief met vier wagons en een kapelwagen. De exacte replica is uitgerust met een veermechanisme.
In 1901 werd een crèmekleurig ei vervaardigd, beschilderd met guirlandes, lauriertakken, muziekinstumenten en rode linten, afgeboord met fijne diamantjes. Het sluit een miniatuur-versie van het Gatchina paleis bij Sint Petersburg in. Het gouden paleisje werd in verschillende goudtinten vervaardigd, geen detail werd uit het oog verloren : de wapperende vlag op een van de torentjes en het aantal bomen in de achtertuin zijn allemaal exact gecopiërd.
Vassily Zuiev, schilderde o.a. de paaseieren uit 1911 (de portretten van het keizerlijke paar en hun vijf kinderen en negen taferelen van historische gebeurtenissen) en in 1913 (18 miniatuurportretten van alle Romanov tsaren, vanaf Michae,l de stichter van de dynastie, tot Nicolaas).
In 1916 vervaardigde Fabergé in een lange winter twee paaseieren. Maar toen Pasen kwam, was er geen tsaar meer om ze aan te schenken. De tsarenfamilie was gevangengezet en vermoord.
In 1924 na het overlijden van Lenin, begon de uitverkoop van de Fabergé sierarden. De nieuwe communistische regering had behoefte aan valuta en verkocht de schatten. Door de economische crisis waren er weinig gegadigden en de eieren werden vanaf 1930 te koop aangeboden via winkelketens. Voor niet meer dan enkele duizenden dollars konden de keizerlijke paaseieren aangekocht worden. Enkele rijke dames die hielden van de Fabergé werkstukken in het begin van de jaren 30, bouwden aldus museumcollecties op in New Orleans, Richmond en Cleveland. Malcom Forbes, de uitgever, zette de jacht op Fabergéwerk in vanaf 1965. Hij slaagde erin een dozijn eieren te bemachtigen en ongeveer vierhonderd andere Fabergé juwelen. Deze Forbes collectie wordt tentoongesteld aan Fifth Avenue in New York.
Maart 2010
Antiek kopen is ecologisch denken !
Zowel 50 plussers als jonge mensen die kiezen voor kwaliteit en het milieu, vinden hun gading bij Antiek en Interieur Den Ouden Overzet te Melsele.
De charme en de uitstraling van een oud meubel kan door niets vervangen worden en dan spreken we nog niet over de kwaliteit van de opbouw en de materialen die in het verleden gebruikt werden.
Deze oude meubelen werden immers volledig uit massief hout gemaakt en zijn dan ook onverslijtbaar. Sloten, pennen en scharnieren werden ook nog vaak met de hand gemaakt en zijn bij het verslijten meestal te herstellen. Wat een ecologisch voordeel !
In deze tijd, waar men niet alleen het budget, maar ook het milieueffect goed afweegt bij iedere aankoop, kan Antiek en Interieur Den Ouden Overzet met de aangeboden collecties aan de gevraagde behoeften voldoen. De antieke meubelen worden met respect voor hun verleden en met het milieu, volgens deontologische regels gerestaureerd. Zo worden ze weer klaargestoomd en gerecupereerd voor een nieuwe toekomst in een hedendaagse omgeving.
De massieve eiken, notelaren en dennehouten kasten en andere meubels kunnen na een grondige opknapbeurt in de eigen ateliers weer generaties verder. Onze klanten kunnen ook hun egien meubels laten herstellen in ons atelier. Verf decaperen of aflogen, herstellingen, rieten of canneren van zitjes en ruggen, herstofferen van stoelen en fauteuils,... je kan steeds vrijblijvend informatie of prijsofferte aanvragen.
Voor het stofferen maken wij gebruik van de stoffen van de Belgische firma's Aristide, love your living (vroeger Aritex) en Buvetex (Koninklijk Hofleverancier), zodat onnodig transport vermeden wordt. Beide firma's hebben op wereldniveau een grote faam.
Vrij recent bieden wij een lijn op maat gemaakte tafels in eik of grenen aan, gemaakt van oude planken. Ook dit hout werd gerecupereerd en terug verwerkt tot karaktervolle meubelen. Met milieuvriendelijke producten wordt het hout bewerkt, zodat het nog de uitstraling heeft van onbewerkt hout, maar toch bescherming biedt tegen de meeste vlekken.
In onze antiek en interieurzaak Den Ouden Overzet, worden deze antieke meubelen gecombineerd met o.a. de stoelen en fauteuils van het Original Loom Furniture label. Loom Furniture maakt al meer dan vijf en twintig jaar meubels met origineel Loom vlechtwerk. Het is een Europees bedrijf dat in haar grondstoffen en vakmanschap altijd kiest voor kwaliteit. Kwaliteitsmeubelen maken is vooral vasthouden aan principes, het principe dat alleen de beste materialen gebruikt worden. De toegepaste leersoorten worden in eigen beheer verwerkt en het karakteristieke Loom vlechtwerk komt uit eigen atelier. Het volledige frame is gebouwd uit hoogwaardig beuken. Dat ziet U vaak niet, maar U merkt het wel, als U voelt hoe stabiel de stoel staat. De meubelmakers van Loom Furniture zijn zo overtuigd van de kwaliteit van de toegepaste materialen, dat zij op het frame maar liefst tien jaar garantie durven geven!
Topontwerpers uit heel Europa leveren de karakteristieke ontwerpen. Op ieder meubel van Loom Furniture vindt U een klein plaatje met de naam "original Loom furniture".
Uiteraard kijkt Loom Furniture eveneens verder dan uw woonkamer en haar eigen productieproces. Het toegepaste hout komt uit duurzame productiebossen en de duurzaamheid van de producten zelf zorgt voor een lage afschrijving en daarmee een bijzonder lage milieubelasting. Bovendien worden de meubels al sinds jaar en dag gespoten met watergedragen lakken, die het milieu niet belasten.
U merkt het, niet alleen uw portemonnee wordt niet extra belast, ook het milieu vaart er wel bij indien U een aankoop doet bij Eddy en Myriam/Antiek en Interieur Den Ouden Overzet. Zeker het overwegen waard !