Menu

Contacteer ons
03 755 67 48

Brillen, monocles en lorgnetten

Waar, hoe en door wie de bril juist is uitgevonden kan men niet met zekerheid zeggen, alhoewel deze uitvinding toch van groot belang is geweest.

Mogelijk is het Roger Bacon die het vaderschap mag claimen en heeft de wieg in Italië gestaan.  Bacon schreef in 1268 in zijn werk "Opus Major" : "Als iemand letters of andere kleine zaken bekijkt door een materiaal als glas of kristal dat is geslepen en met de bolle kant ervan naar het oog is gericht, zal hij de letters beter waarnemen en zullen ze hem groter lijken.  Ee dergelijk instrument is erg bruikbaar voor alle personen met zwakke ogen, ze zullen alle letters kunnen lezen, hoe klein ook, als ze maar sterk gneoeg worden vergroot."

Een andere naam die wordt vernoemd is die van Salvino d'Armato degli Armati.  Op zijn grafsteen in Florentië staat geschreven : "Hier ligt Salvino d'Armato degli Armati van Florentië, de uitvinder van de bril.  Moge God zijn zonden vergeven.  Hij overleed anno 1317."

Onderzoek heeft echter aangetoond dat de inscriptie in Florentië onterecht is.  Nochtans zijn er voldoende aanwijzingen om aan te nemen dat de bril in Italië is uitgevonden.

Monnik Giordano da Rivalto van het klooster van Pisa vernoemde de uitvinding in zijn preek op 23 februari 1305.  Aantekeningen van deze rede zeggen ondermeer : "Het is nog geen twintig jaar geleden dat de kunst van het maken van brillen is uitgevonden waardoor een goed zicht mogelijk is.  Het is één van de beste en meest noodwendige vaardigheden die de wereld ter beschikking staan. 

Het oudste portret van een persoon die een bril draagt dateert uit 1352 en is uitgevoerd door Thomasso da Modena uit Teviso. 

Al deze oudst gedateerde voorvallen wijzen dus in de richting van Italië en het einde van de 13de eeuw.

 

De eerste brillen bestonden uit twee geslepen glazen die elk in een monuur waren gevat en beide monteren werden aan mekaar geklonken.  Opgravingen in de Londense Trig Lane brachten stukken van voor 1440 aan het licht en deze zijn nu te zien in het Museum of London.  Enkele van de oudste, bekende Londense brillenmakers geregistreerd bij de gilde waren Thomas Peal (1640), Richard Reeves (1663), John ayley (1664) en John Marchal (1690). 

In 1629 verkregen debrillenmakers het recht een gilde op te richten in Londen.    

In Boston (Lincolnshire) is een paar in leder gevatte glazen gevonden van omstreeks 1500.  Lederen brillen werden vervaardigd van 1500 tot ver in de 17e eeuw.  Rondtrekkende ambachtslui en marktkramers verkochten deze exemplaren.  Verder kende men ook nog monturen uit één stuk vervaardigd in hout of been.

Gedurende de 15e en 16e eeuw waren het de Hollanders die de grootste leveranciers van brillen waren.

 

Meer dan tweehonderd jaar onderging het model van de bril geen enkele verandering.  De beschikbare materialen zoals been, hoorn, hout en leder lieten weinig variatie toe.  In de 17e eeuw maakten metaalbewerkers uit Nürnberg een nieuw model in metaal.  De aanwending van een stalen brugstuk vanaf 1690 was een hele verbetering, nog later werden twee afzonderlijke monturen scharnierend gemonteerd zodat de bril kon worden opgeborgen in een klein doosje.

Edward Scarlett introduceerde de bril met zijstukken : twee spiralen die achter de oren pasten.   Wat betreft de brillenglazen werd er geen onderscheid gemaakt in de sterkte van de glazen tot het begin van de 18de eeuw.  Men kende enkel twee soorten : de brillen voor jonge mensen en de brillen voor de oude mensen....

"De marge van Martin" duidt de hoornen bruggetjes aan die zijn aangebracht op brillen van ijzer.  Deze verbetering werd in 1760 door Benjamin Martin aangebracht. 

 

De hogere klassen wensten zich te onderscheiden omdat ook de lagere klassen leerden lezen en zich een bril aanschaften.  Zo werden er modellen in schaarvorm en modellen met één lens geproduceerd.  Beide soorten diende men met de hand vast te houden en gaven een zekere flair.  Uit het tweede model ontstond later de monocle.  Eveneens van Britse origine,  en een symbool van de Engelse democratie. 

Het model Oxford was meestal van goud vervaardigd.

Het model zakbril van Adams was een geheel dat kon worden weggeklapt in een etui van paarlemoer of schildpadstof, een mechanisme dat vergelijkbaar is met dat van een knipmes.

 

De lorgnette was een uitvinding van Robert Bretal Bate in 1825.  Het waren brilleglazen met handvat, waarbij de lenzen zo zijn ontworpen dat ze over mekaar schuiven zodat ze één enkele lens lijken (dixit zijn patent).  Omdat de brillen te gemeenzaam waren geworden en door alle lagen van de bevolking werden gebruikt, wou de hogere klasse hiermee niet meer geidentificeerd worden. 

Nu kon men een keuze maken tussen de monocles en de lorgnetten.  De lorgnettes konden enorm variëren qua vorm en versiering.  Men kon het familieschild of een monogram laten aanbrengen op de handvatten.  In 1935 werden zelfs modellen uitgebracht die men als sierclip op jurk of vest kon aanbrengen.

Ondertussen werd in de periode 1879-1914 de "pince-nez" opnieuw populair. 

 

Naast brillen voor kijken en lezen bestonder er ook nog beschermingsbrillen.  In de U.S.A. kregen de treinbestuurders brillen om de ogen te beschermen tegen roetdeeltjes en modder.  Ook bestondern er brillen voor het accuraat kijken in het vizier van het geweer tijdens de jacht.

En voor de mensen die het zicht in één oog verloren waren was er de omkeerbare bril.  Om over te schakelen van kijken naar lezen kon de bril gewoon hondertachtig graden gedraaid worden.

Er valt nog veel te vertellen over de geschiedenis van de bril : aan de verzamelaar of geinteresseerde om de nodige documentatie op te zoeken....

 

(bron : Spectacles, Lorgnettes and Monocles, dooe D.C. Davidson DShire Album 227, Shire Publications Ltd 1989).

 

Terug naar het nieuwsoverzicht

Back to Top