Menu

Contacteer ons
03 755 67 48

De Gilden : beroepsverenigingen avant la lettre....

Je kennis delen, leren van je collega's, samen ideeën uitwerken, nieuwe dingen ontdekken, dat kan allemaal in een beroepsvereniging. Denkt u dat de beroepsverenigingen iets uit onze moderne tijden zijn ? Dat is fout gedacht, denk maar aan de geschiedenislessen op school.... daar sprak de leerkracht over de Middeleeuwse gilden. Deze gilden zijn de voorlopers van de hedendaagse beroepsverenigingen en daar gaan we in dit hoofdstuk even verder op in.
 
 
Zelfs bij de Romeinen kende men al een soort gilde, de zgn "collegia", waar mensen met een welbepaald beroep zich vrijwillig konden aansluiten. Dit waren echter volledig vrijwillige groepen en men voorzag geen speciale regels of beperkingen voor de aangeslotenen. Ook werd onderlinge concurrentie niet gereguleerd.
 
Met de verdeling van het werk, werden vanaf de 13e eeuw in onze contreien de Gilden opgericht. Deze gilden die voor ieder denkbaar beroep in het leven werden geroepen hadden strikte regels. Kinderen, horigen en Joden mochten niet toetreden tot deze verenigingen. Dit is ook de reden dat Joden zich veelal bezighielden met eenvoudiger beroepen en met de geldhandel, daar de middenstand voor hen uitgesloten was. Vrouwen oefenden geen ambachten uit, dus konden zich uiteraard ook niet aansluiten.
 
De Gilden reguleerden de onderlinge samenwerking en overeenkomsten van de ambachtslui. Zij beslisten of productiekosten stegen of daalden en ieder lid had zich daar aan te houden om geen valse concurrentie toe te laten. Ook over de kwaliteit van het werk werd streng geoordeeld. Werd er minderwaardig werk afgeleverd dan werd de eer van de ganse beroepsgilde aangetast. Een lange leertijd, het juiste uitvoeren van de technische details, het gebruiken van de juiste materialen, het realiseren van een meesterwerk, een proef afleggen voor de technische capaciteiten.... en het betalen van een behoorlijke som geld voor de aanvaarding in de gilden waren zeker vereisten. Jongens werden op zeer jonge leeftijd in dienst genomen bij een gildenmeester. Na verloop van tijd, wanneer de gildenmeester vond dat de jongen voldoende capaciteiten had en geschikt werd geacht voor het beroep werd hij benoemd tot gezel. De gezel werkte in loondienst voor de meester. Eenmeesterproef werd afgelegd na een lange leerperiode (soms tot 9 jaar) en wanneer de gezel slaagde in deze proef mocht hij zichzelf meester noemen. Hij kon dan een eigen ambachtelijk atelier oprichten. Indien een meester een opvolger moest aanstellen werd gemakkelijker gekozen voor een zoon van een meester dan voor de zoon van een kunstschrijnwerkerOefende je een beroep uit dat zijdelings met een bepaalde gilde te maken had, dan moest je je bij die gilde aansluiten en contributie betalen. Zulke ambachtslui werden halve gildewinners of aanwerpelingen genoemd.
Eénmaal per jaar kwamen de gildeleden bijeen en werden nieuwe leden aanvaard, nieuwe regels goed- of afgekeurd en een nieuw bestuur of functionarissen verkozen.
Ambachts ateliers werden gecontroleerd door deze gildefunctionarissen ; hield men zich aan de regels, was het werk van goede kwaliteit, werd de contributie betaald, produceerde men wat overeengekomen was...
Van grotere Gilden is nog heel wat informatie beschikbaar omdat er documenten i.v.m. structuur en werking werden opgesteld.
 
Lid zijn van een Gilde, kon grote invloed hebben op je leven. In sommige steden werd je een vrij man wanneer je aanvaard werd als Gildebroeder. Vaak had je niet alleen het recht om een bepaald beroep uit te oefenen, maar verkreeg je ook een soort sociale zekerheid.
Je gilde steunde je in moeilijke tijden zoals bij ziekte of ouderdom.
Bedoeling van de gilden was voornamelijk om je ambacht en de marktwaarde ervan te beschermen. Vermits er bepaald werd hoeveel een product mocht kosten en hoeveel er mocht geproduceerd worden, was je zeker van je inkomen.
Benevens de ambachtsgilden waren er ook nog koopmansgilden, schuttersgilden en handelsgilden.
Iedere vereniging hadt ook zijn eigen schutspatroon.
 
Voor de houtbewerkers was dat Sint Jozef. Ook hier werden de verschillende ambachten nog eens in categoriën ingedeeld.
De schrijnwerkers aan wie het werk werd toegewezen mochten het ruwe hout bewerken naar bruikbaar meubilair-hout. Voor de koffermakers kende men de gilden van de Huchiers. De houtkunstenaars stichtten eigen wijken zoals de fameuzeFaubourg Saint Antoine in Parijs. Er waren kunstenaars die het privilege bezaten om te mogen werken en zelfs wonen in de Koninklijke Paleizen van het Louvre.
 
Vanaf de 17e eeuw splitste de gilde van de houtbewerkers zich op in twee grote rangen : de menuisiers of de schrijnwerkers, die de regionale meubelen en/of de naturelle meubelen mochten fabriceren, en de ébénistes die het recht was voorbehouden meubelen te mogen maken met inlegwerk, marqueterie en placage.
Verder waren er ook nog de andere beroepen die nodig waren voor het vervaardigen van de prachtige meubelen, opgesplitst in verschillende specialiteiten : de bronziers(die zorgden voor beslag in koper en brons), de vernisseurs (die zorgden voor het polieren en lakken van de meubelen), de doreurs (zij verzorgden het verguldsel op de kasten), de sculpeurs (of de beeldhouwers voor snijwerk), enz.
 
De gewoonte om zijn werk te signeren kunnen wij dateren vanaf 1730. Bij Koninklijk Besluit werd een decreet uitgevaardigd dat het merken van de werkstukken verplichtte in 1751. Het merkteken, de signatuur van de kunstenaar, is een gegraveerde metalen stempel die het merk in de meubelen brandde of schroeide, dit op een onopvallende plaats. Dit teken is dikwijls vergezeld van het teken JME, een merkteken die bevestigde dat de taks voor het meubel vastgesteld was door de gilde.
Een meubel kon echter nog meerdere stempels dragen ; deze van de beeldhouwer, de marquetuer, de bronzier, de vergulder, de handelaar, enz... Verder de stempel van de inboedel, de collectioneur of het kasteel....
Alhoewel het meubel geen meerwaarde in verband met de kwaliteit krijgt, hechten vele kandidaat-kopers een groot belang aan deze stempels, zodat uiteindelijk toch een aanzienlijke meerwaarde kan verkregen worden voor een gesigneerd meubel.
De Gilden : beroepsverenigingen avant la lettre....
 
Terug naar het nieuwsoverzicht
Back to Top